College- en cursusgeldtarieven 2013-2014

Onlangs heeft het College van Bestuur de tarieven bepaald voor het collegegeld en de cursusgelden voor het studiejaar 2013-2014.

 

De hoogte van het collegegeld hangt onder meer af van de nationaliteit van de student, diens eventuele graad in het Nederlandse hoger onderwijs, woonplaats en inschrijvingsvorm.

 

 

Wettelijk collegegeld

Het wettelijk collegegeld voor voltijdse opleidingen is door het Ministerie vastgesteld op € 1.835.

 

Het wettelijk collegegeld geldt alleen voor studenten die voldoen aan het woonplaatsvereiste[1], geen Nederlands bachelor- of masterdiploma[2] hebben en een EER-nationaliteit hebben (EER[3] is incl. NL), of de Zwitserse of Surinaamse nationaliteit hebben, en voor de beperkte categorie niet-EER-studenten met recht op Nederlandse studiefinanciering.

 

Instellingscollegegeld

Studenten van buiten de EER en studenten uit Nederland of een ander EER-land, die niet voldoen aan het woonplaatsvereiste of reeds een Nederlands bachelor- of masterdiploma hebben, betalen instellingscollegegeld. Dit wordt door het College van Bestuur vastgesteld. Voor 2013-2014 geldt voor het instellingscollegegeld voor niet-EER-studenten van het Koninklijk Conservatorium een gedifferentieerd tarief (zie de betreffende rubriek in onderstaand overzicht).

 

Overgangsregeling

Voor EER-studenten die vóór 1 september 2010 bij onze Hogeschool waren ingeschreven en op dat moment een Nederlands bachelor- of masterdiploma hadden, en voor niet-EER-studenten, die ingeschreven waren vóór 1 september 2008, geldt een overgangsregeling. De betreffende studenten ontvangen persoonlijk bericht over de hoogte van hun collegegeld 2013-2014.

 

Excellentiebeurzen

Het Koninklijk Conservatorium stelt beurzen van € 5.000,- beschikbaar. Deze zogenaamde KC-excellentiebeurzen worden toegekend aan kandidaten die de beste toelatingsexamens afleggen (zowel EER als niet-EER-studenten komen in aanmerking). Klik hier voor meer informatie.

 

 

REGULIER HOGER ONDERWIJS

Machtigingsformulier 

 

Informatie betaling college- of cursusgeld

 

EER-studenten (dit is incl. Nederlandse studenten)

2013-2014

  Bacheloropleiding  

-

EER-studenten die voldoen aan het woonplaatsvereiste en geen Nederlands bachelor- of masterdiploma hebben

 

€ 1.835

  Masteropleiding    

-

EER-studenten die voldoen aan het woonplaatsvereiste en geen Nederlands masterdiploma hebben

 

€ 1.835

  Voor beide opleidingen geldt:  

-

EER-studenten die niet voldoen aan het woonplaatsvereiste en/of een Nederlands bachelor- of masterdiploma hebben

 

€ 4.500

Niet-EER-studenten

2013-2014

Bachelor- of masteropleiding  

-

zittende niet-EER-studenten, die zich na 1-9-2008 bij het KC hebben ingeschreven

 

€ 4.500

-

nieuw instromende niet-EER-studenten, die zich per 1-9-2013 bij het KC inschrijven

 

gedifferentieerd
tarief

 

Voor 2013-2014 geldt voor nieuw instromende niet-EER-studenten een gedifferentieerd tarief instellingscollegegeld, dat wordt vastgesteld op basis van het resultaat van het toelatingsexamen. Dit resultaat zal door de toelatingscommissie worden uitgedrukt in een cijfer op een schaal van 1-10. De beoordeling zal plaatsvinden aan de hand van een aantal criteria, zoals muzikaliteit en artisticiteit, technisch niveau, beleerbaarheid, de aanwezigheid van een goed beschreven Master studieplan (wanneer het een aanmelding voor de Masteropleiding betreft) en de gewenste samenstelling van de desbetreffende afdeling.

 

Aan de hand van de door de toelatingscommissie gemaakte beoordeling, zal er onderscheid worden gemaakt tussen de volgende tarieven:

- Indien de toelatingscommissie het cijfer 10 toekent:

4.500
studenten in deze categorie ontvangen een KC-excellentiebeurs van € 5.000 (zie Excellentiebeurzen)

 

- Indien de toelatingscommissie het cijfer 9 toekent:

4.500
binnen deze categorie wordt een beperkt aantal KC-excellentiebeurzen verleend van € 5.000 (zie Excellentiebeurzen)

 

- Indien de toelatingscommissie het cijfer 8 toekent:

4.500

 

- Indien de toelatingscommissie het cijfer 7 toekent:

12.000

 

De beoordeling van de toelatingscommissie en het definitieve tarief van het instellingscollegegeld zal zo snel mogelijk na het toelatingsexamen aan de kandidaten bekend worden gemaakt.

 

Het voor 2013-2014 toegekende tarief instellingscollegegeld blijft in beginsel gedurende de nominale studieduur van kracht.

 

 

-

niet-EER-studenten met recht op Nederlandse studiefinanciering
(worden beschouwd als EER-studenten)

 

€ 1.835

Overige inschrijvingsvormen

2013-2014

-

Tweede inschrijvers

te besluiten door faculteitsdirecteur

-

Extraneus

minimaal de examenkosten

-

Contractonderwijs individueel

€ 100 (per leseenheid)

-

Contractonderwijs klassikaal

€  20 (per leseenheid)

 

 

 

Overige kosten

2013-2014

-

Schoolfonds KC (facultatief)

€ 60

-

Kosten toelatingsexamen voor het KC (uitgenodigde kandidaten ontvangen via mail info over betalingsmogelijkheden)

€ 50

 

 

 

CURSUSGELDEN

2013-2014

-

School voor Jong Talent (SvJT)

 

-

SvJT intern

€ 1.650

-

SvJT extern

€ 1.650

-

PI-varianten

€ 1.300

-

PI-plus en PI-plus 2

 

€ 1.650

-

Voorbereidend jaar KC

€ 2.000

-

Eénjarige cursus Sonologie

€ 1.835

 

 

 

 

 


 

Definities

 

  1. Woonplaatsvereiste
    De verplichting om vóór 30 september van het studiejaar door middel van aantoonbare officiële gemeentelijke registratie woonachtig te zijn in Nederland, België, Luxemburg of één van de Duitse deelstaten Nordrhein-Westfalen, Niedersachsen of Bremen.

  2. Nederlands bachelor of masterdiploma
    De definitie ‘Nederlands bachelor- of masterdiploma’ is van toepassing op:

    • bachelorstudenten uit de EER, die na augustus 1991 een bachelor- of masterdiploma hebben behaald aan een Nederlandse hogeschool of universiteit en aan onze Hogeschool inschrijven voor een bacheloropleiding;
    • masterstudenten uit de EER, die na augustus 1991 een masterdiploma hebben behaald aan een Nederlandse hogeschool of universiteit en aan onze Hogeschool inschrijven voor een masteropleiding.
  3. EER: Europese Economische Ruimte
    De EER bestaat uit alle lidstaten van de Europese Unie, plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. De volgende landen behoren tot de EER: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
    In het kader van de collegegeldbepalingen worden ook studenten uit Zwitserland en Suriname beschouwd als EER-studenten, als ook niet-EER-studenten met recht op Nederlandse studiefinanciering.