In PICO  2/3 worden de liedjes langer en moeilijker. Alle vingers worden nu gebruikt en er kunnen zelfs meerdere vingerstanden aan bod komen. Het spelen in andere toonsoorten en in mineur wordt mogelijk. Ook de uitbreiding van de streektechniek zorgt voor nog meer afwisseling bij het begeleiden en spelen van de liedjes.

Het samenspel is nog steeds een belangrijk uitgangspunt van de les. De kinderen leren nu ook twee- en driestemmige liedjes en canons uit te voeren. Dit repertoire wordt vervolgens ook gespeeld in de grote groepslessen met alle cellisten en violisten samen. Samen met de andere Pi-instrumenten wordt er daarnaast al echt kamermuziek gemaakt.

 

Het improviseren wordt uitgebreid naar melodische improvisatie binnen een toonsoort. In de loop van het jaar wordt er een start gemaakt met het noten lezen en schrijven aan de hand van liedjes die de kinderen al kennen.