PIPO – Programma Inleidend Piano Onderwijs

 

Bij muziek maken gaat het niet alleen om wat je speelt, maar ook om hoe je het speelt. Als twee pianisten hetzelfde stuk spelen, kan het volkomen verschillend klinken. Het verschil zit hem dan hoe snel speel je, speel je hard of zacht, speel je de noten los of aan elkaar, heb je een duidelijk ritme of klinkt het rommelig. Hoor je ‘zinnen’ in de muziek...

 

Je zou het bovenstaande kort kunnen samenvatten als ‘muzikaal’ spelen. Ook op dit gebied krijgen de kinderen aanwijzingen binnen PIPO. In hoeverre kinderen deze stof kunnen toepassen hangt in sterke mate af van het leren herkennen en waarderen van ‘mooi’ pianospel. Als een kind herkent en waardeert dat door aandacht voor de manier van spelen het liedje nog mooier klinkt, geeft dat een prikkel om daar zelf ook op te letten bij het spelen.

 

De eerste stap is dus het openen van de oren voor de verschillende manieren waarop je iets kunt spelen. In de pianoles worden kinderen aangemoedigd om zacht en ritmisch te spelen. Ook als je nog met één vinger speelt kan je je aandacht richten op de klank van wat je speelt. Je zou deze benadering de ‘klanklijn’ kunnen noemen.

Eisen stellen aan het klinkende resultaat impliceert eisen stellen aan houding en bewegingspatroon. Voor een verfijnde klank zul je ook een verfijnde beweging moeten maken. Als je mooi zacht wilt spelen, zul je geen grove beweging met je arm maken. Als je een duidelijk geluid uit de piano wilt halen, kun je niet onderuitgezakt achter de piano zitten. Ook via deze weg worden in de les aanwijzingen gegeven. Je zou dit de ‘bewegingslijn’ kunnen noemen.

 

Uiteindelijk komen ‘klanklijn’ en ‘bewegingslijn’ samen. ‘Mooi’ spelen wordt meer en meer een normaal onderdeel van hoe je muziek maakt. Hierin zie je dat kinderen sterk uiteenlopen in het tempo waarin ze dit oppikken. Maar het is voor allen relevant, ieder moet het op zijn/haar eigen niveau toepassen.