Bachelor

De bachelorstudie bestaat uit de propedeuse en de hoofdfase.

 

De propedeuse is erop gericht dat de student de basisprincipes van het vak onder de knie krijgt en kan toepassen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om muzikale communicatieve eigenschappen, repertoirekennis, slagtechniek, gehoortraining en partituurspel. De student ontwikkelt zijn vaardigheden gedurende ensembleprojecten in het conservatorium en met amateurorkesten en –koren.

 

Tijdens de hoofdfase ontwikkelt de student zich als dirigent, zowel wat het repetitieproces als wat de uitvoering van het klinkend resultaat betreft, verdiept zich in noodzakelijke aanvullende vakken, zoals instrumentatie, orkestratie, speciale solfège voor dirigenten en Gregoriaans. Daarnaast krijgen studenten directie zangles of les in een relevant orkestinstrument. Bij wijze van toetsing dirigeert de student elk jaar een orkest of koor waaruit de artistieke en technische ontwikkeling duidelijk blijkt.

 

Bij het eindexamen doet de student zowel een praktische als een theoretische toets.

 

Praktisch: de student dirigeert een uitstekend amateurensemble tijdens een concert. Van hem wordt verwacht dat een eigen visie op de partituur op artistiek overtuigende wijze gerealiseerd wordt. Tijdens het concert wordt de student beoordeeld op interpretatie en historisch besef, op expressiviteit en stijlbewustzijn, op de kwaliteit van de muzikale communicatie, de beheersing van de slagtechniek.

Het repetitieproces voorafgaand aan het concert wordt eveneens beoordeeld: is de student in staat om op professionele wijze aan het orkest of koor over te brengen wat hij/zij wil bereiken: wordt er muzikaal, efficiënt, boeiend en pedagogisch verantwoord gerepeteerd?

 

De theoretische toets wordt mondeling afgenomen. De student bespreekt tijdens deze toets zes concertprogramma´s met aandacht voor verschillende repertoiregebieden. De student kan op overtuigende wijze duidelijk maken op grond van welke overwegingen deze programma´s zijn samengesteld. Bovendien demonstreert hij voortreffelijk inzicht in het besproken repertoire, gedegen kennis van de cultuurhistorische context en goed inzicht in de organisatorische aspecten van deze programma´s. Studenten hafabra-directie demonstreren in een gedegen werkstuk hun managementkennis die noodzakelijk is voor het goed leiden van de grote blaasorkesten in Nederland.

 

Het curriculum voor de Bacheloropleiding Orkestdirectie vind je hier.

Het curriculum voor de Bacheloropleiding Koordirectie vind je hier.

Het curriculum voor de Bacheloropleiding HaFaBra-directie vind je hier.