Toelatingseisen Bachelor

Het toelatingsexamen tot de Bachelorstudie Directie bestaat uit een praktische en een theoretische toets.

 

Het praktijkexamen 

In de praktische toets studeert de student met een ensemble een tevoren bekend gemaakte compositie in. De student geeft hierbij blijk van:

  • een duidelijke visie op de interpretatie van de partituur;
  • goede communicatieve vaardigheden;
  • enige beheersing van slagtechniek;
  • basisvaardigheid t.a.v. het repeteren met een ensemble, waaruit de affiniteit met het vak naar voren komt. (praktische ervaring t.a.v. het repeteren en concerteren met een orkest of koor is gewenst).

 

 

Het theorie-examen 

In de theoretische toets demonstreert de student:

  • basiskennis van de geschiedenis van de orkest- of koorliteratuur waaruit de motivatie voor het vak naar voren komt;
  • een goed ontwikkeld gehoor gericht op het vakgebied: herkennen van intervallen, driestemmige en vierstemmige akkoorden, fouten herkennen in voorgespeelde fragmenten met behulp van een partituur, karakteristieke fragmenten uit de literatuur;
  • enige kennis van de literatuur over het dirigeren;
  • interessante muzikaliteit, gedemonstreerd in een kort instrumentaal of vocaal recital.