Het toelatingsexamen van de Dutch National Opera Academy staat open voor studenten met een bachelordiploma zang met minimaal een acht, tenzij de toelatingscommissie anders beslist. De auditie bestaat uit twee ronden: een vocale auditie voor een commissie waarvoor de kandidaat drie aria's moet voorbereiden. Het auditieprogramma moet bestaan uit drie contrasterende opera-aria's, waarvan één met recitatief, in verschillende talen (waarvan één in het Italiaans) en uit verschillende stijlperioden.

 

In de regel wordt de vocalist(e) gevraagd de eerst te zingen aria zelf te kiezen. Indien de Brecht/Weill toelatingscommissie dat wenst, kan om een tweede aria van de lijst gevraagd worden. Indien een kandidaat niet beschikt over een eigen pianobegeleider, kan er een beroep gedaan worden op een repetitor verbonden aan de DNOA.

 

De auditiecommissie bestaat uit de artistiek leider (Alexander Oliver), een extern deskundige, het hoofd muzikale instudering (Jan Slothouwer), het hoofd drama (Javier López Piñón) en van beide conservatoria een zangdocent. Verder zijn aanwezig de (artistiek) directeuren van de beide conservatoria. Of de kandidaat is toegelaten tot de tweede ronde, wordt dezelfde dag telefonisch bekendgemaakt.

 

De tweede ronde bestaat uit deelname aan een individuele vocale coaching met een van de coaches van de Dutch National Opera Academy, een groepsworkshop drama en een groepsworkshop Fysieke Theatertraining.

 

Binnen een week na de tweede ronde ontvangt de kandidaat schriftelijk bericht over de uitslag. Binnen twee weken na ontvangst van de uitslag dient de kandidaat aan te geven of hij/zij van de geboden plaats gebruik wil maken.