Toelatingseisen

Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

 

Praktijkdeel toelatingsexamen

 

De kandidaat dient een zekere affiniteit met jazz te tonen en te beschikken over een bepaald historisch besef. Na afloop van het praktisch examen wordt tijdens een gesprek ingegaan op wat de kandidaat heeft geformuleerd op het aanmeldingsformulier over zijn muzikale achtergrond en motivatie. Er kunnen additionele vragen worden gesteld over onder andere de studiehouding, de speelervaring, de muzikale interesses en het toekomstperspectief. Tijdens de studie wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de piano in zowel de theoretische als praktische lessen. Van de kandidaat wordt verwacht basale kennis en vaardigheden van het pianospel te hebben.

 

  • Repertoire: 3 songs uit het jazzrepertoire waarvan ten minste 1 met eigen improvisatie en 1 met solo-transcriptie
  • Etudes/voordracht: 1 vocalise (bijv. Vaccai, Sieber), 1 voordrachtstuk klassiek (bijv. Arie Antiche), eventueel 1 voordrachtstuk of volkslied in moedertaal
  • Vocale vaardigheden: majeur en mineur ladders over 1 octaaf stijgend en dalend
  • Improvisatie/frasering: 1 bebop thema, 2 chorussen blues improvisatie
  • Ritme: ritmische oefeningen uit Bob Stoloff: “Scat”
  • Gehoor: op gehoor frasen nazingen, over akkoorden zingen
  • Algemeen: affiniteit met jazz, adequate techniek, goede houding, gezonde stem, improvisatie vaardigheden, muzikaliteit, goede timing, basisvaardigheden pianospel.

 

Theoriedeel toelatingsexamen

 

Het theoretisch gedeelte omvat een schriftelijke gehoortest, een schriftelijke test algemene muziekleer en een individuele, praktische test solfège.

 

Voorbeelden van toelatingsexamens voor het theoretische deel kan je hier vinden.