In de bacheloropleiding word je opgeleid tot algemeen gekwalificeerd musicus op elk onderdeel, dus als solist, orkestmusicus, ensemblemusicus en kamermusicus.

De bacheloropleiding aan het Koninklijk Conservatorium richt zich op het zodanig bijbrengen van het muziekvak, dat de student tijdens optredens overtuigend en op hoog niveau muziek kan maken.

 

Als student leer je alles over het repertoire, je leert om composities te interpreteren, je leert je instrument op een professionele manier te bespelen en je leert samen met anderen muziek te maken vanuit een eigen artistieke visie. Ook leer je om zelfstandig en op doeltreffende manier te studeren, en om op een goede manier om te gaan met de spanning die optredens en audities met zich kunnen meebrengen.

 

Het beroep van musicus is zeer veelzijdig. Veel musici werken als uitvoerend musicus en als docent. Tijdens de bacheloropleiding heb je daarom de mogelijkheid een Minor Educatie te volgen, waarmee je je kwalificeert als docent.

 

De bachelorstudie duurt vier jaar en bestaat uit de propedeuse (jaar 1), de hoofdfase (jaar 2 en 3) en de afstudeerfase (jaar 4). Je volgt hoofdvakken, theorievakken en keuzevakken, en je neemt deel aan projecten. Aan het eind van het propedeusejaar heb je een propedeuse-examen. In de hoofdfase zijn er kamermuziek tentamens, orkestpartijen examens als je een orkest instrument speelt en duoklas examens voor piano, gitaar, harp en accordeon, en aan het eind van het derde jaar speel je een openbare presentatie. Aan het eind van het vierde jaar heb je het bachelorexamen. Dit is een openbaar concert van 50 minuten waarvoor je zelf het programma samenstelt.

 

Het curriculum voor de Bacheloropleiding vind je hier.