In september 2011 zijn het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium een gezamenlijke Master Orkestdirectie gestart in samenwerking met de professionele Nederlandse orkesten. De opleiding heeft tot doel om Bachelor afgestudeerde orkestdirigenten op te leiden tot het hoge niveau en de benodigde ervaring welke vereist zijn om een professioneel symfonieorkest adequaat en artistiek verantwoord te kunnen leiden (dit als onderscheid tot een Bachelor orkestdirectie, welke als doel heeft om een goed amateur- of jeugdorkest adequaat en artistiek verantwoord te kunnen leiden).

Bovendien beoogt dit initiatief een brug te slaan tussen de opleiding en het werkveld, ook  m.b.t. de verdere opbouw/uitbouw van het eigen professionele netwerk van de op te leiden dirigenten. Tenslotte beoogt dit initiatief een verrijking te zijn van het educatieve aanbod van de betrokken orkesten.

 

Deze opleiding omvat een studie van twee jaar binnen de twee conservatoria, waarbij het onderwijs zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld op één van de beide instituten wordt aangeboden. De studenten volgen, onafhankelijk van hun inschrijvingslocatie, hetzelfde curriculum en zullen dus reizen tussen de verschillende les- en praktijklocaties. De hoofdlijnen van het curriculum zijn als volgt geformuleerd:

 

  • De student volgt maandelijks een tweedaagse stage/hospiteerbezoek bij afwisselend één van de partnerorkesten en wordt daarbij gecoacht door de ‘dirigent van dienst’ (in de regel de chef-dirigent). Eenmaal per semester coacht de hoofdvakdocent deze stage.
  • Ter voorbereiding op deze maandelijkse stage bestudeert de student binnen de conservatoria het repertoire onder leiding van zijn hoofdvakdocent en ondersteunende docenten.
  • Daarnaast verdiept de student zich intensief in het complete orkestrepertoire en in het programmeren voor orkest in relatie tot het Master onderzoek dat de student uitvoert. Daartoe bekwaamt hij zich diepgaand in de professionele partituuranalyse
  • De student volgt door middel van keuzevakken binnen en buiten de instituten: onderwijs op maat op terreinen waarop hij/zij nog grote progressie te boeken heeft.
  • Toetsing vindt plaats tijdens projecten bij één van de deelnemende orkesten, zowel halverwege als aan het einde van de studie.

 

Bij het toelatingsexamen zijn de twee conservatoria en de Nederlandse orkesten in de examencommissie vertegenwoordigd. Per studiejaar kunnen maximaal twee studenten inschrijven.

Deelnemende orkesten zijn:

  1. Brabants Orkest, Eindhoven
  2. Gelders Orkest, Arnhem
  3. Holland Symfonia, Haarlem
  4. Limburgs Symfonie Orkest, Maastricht
  5. Nationaal Jeugdorkest, Apeldoorn
  6. Nederlands Philharmonisch Orkest en Nederlands Kamerorkest, Amsterdam
  7. Het Noord Nederlands Orkest, Groningen
  8. Radio Filharmonisch Orkest en Radio Kamerfilharmonie, Hilversum
  9. Residentie Orkest, Den Haag
  10. Orkest van het Oosten, Enschede


De betrokken orkesten worden voor activiteiten in het kader van deze opleiding financieel gesteund door Het Kersjesfonds.

De studie is ingericht als een voltijds studie met de daarbij behorende financiële verplichtingen voor de student. Van de student wordt bovendien verwacht dat hijzelf de reiskosten van de studie betaalt: zowel het reizen naar de lesplaatsen als naar de deelnemende orkesten.

 

Luister hier naar een interview met Greg Charette, een van de Masterstudenten, over de Nationale Orkest Master op Radio 4.