Bij de hoofdvakstudie historische uitvoeringspraktijk violoncello spreken we tegenwoordig niet meer alleen van barokcello omdat ook het klassieke en vroeg 19de eeuwse repertoire tot mogelijke specialisatie behoort. Hierbij wordt uitgegaan van een passende ‘set up’ van het instrument en keuze van strijkstok.
Hoofdbestanddeel van de studie is het solorepertoire van de late 17de eeuw tot ca. 1770. Ook ensemblewerken en vooral begrip en vaardigheid in basso continuo krijgen in ruime mate aandacht gedurende de gehele bachelorfase.

 

Aan het einde van de Bachelor wordt een student geacht een sonate van Boccherini of werk van gelijke moeilijkheidsgraad, technisch en stilistisch overtuigend te kunnen uitvoeren. Een begrip voor alle facetten van de barokuitvoeringspraktijk dient in dat stadium een vanzelfsprekendheid te zijn geworden. Een toenemend aantal studenten besteedt een deel van hun studie aan het repertoire uit de Klassieke periode en zelfs de vroege Romantiek volgens historische inzichten die in de afgelopen decennia de benadering van deze muziek fundamenteel hebben veranderd.

 

Specialisatie daarin kan in de Master worden uitgebouwd. Voor toelating tot de Master wordt van een student verwacht Bach suites III t/m V en een celloconcert op het repertoire te hebben.

 

Toelatingseisen

Bachelor

Master

Docenten