Bij de studie historische hobo staat de barokhobo en het repertoire uit de eerste helft van de 18e eeuw centraal. Toch is ook het klassieke repertoire de laatste decennia in zo grote mate het terrein is geworden van de historische uitvoeringspraktijk, dat ook de historisch klassieke hobo een bijna vanzelfsprekend onderdeel van de studie vormt, met name in de Master.

 

In de bachelorstudie komen vooral het rijke kamermuziekrepertoire en orkest- of obligate solopartijen uit cantates en oratoria aan bod. Vanwege de eisen die de beroepspraktijk stelt maken zowel 'oboe da caccia' en 'oboe d’amore' ook onderdeel uit van deze studiefase. Als afsluiting moet het niveau zijn bereikt van een soloconcert of een groot kamermuziekwerk zoals een kwartet van Telemann.

 

Ook het zelf maken van rieten volgens de historische gegevens is een vast onderdeel van de studie. Een recent toegevoegde ensemblevorm is de 'oboe band' waarmee o.l.v. Wouter Verschuren het zeer specifieke repertoire voor grote rietblazersbezetting wordt verkend.

Toelatingseisen

Bachelor

Master

Docenten