Klavecimbel

De hoofdvakstudie klavecimbel heeft een rijke en lange traditie in Nederland. De diversiteit van stijlen en de diepgravende historische benadering waarbij alle relevante tractaten en bronnen hebben een compleet beeld opgeleverd wat de mogelijkheden van het instrument in het overgeleverde repertoire zijn.

Zo zijn alle technische vaardigheden om tot gevarieerde klankkleuren te komen en goed gearticuleerde en ritmisch interessante uitvoeringen het basisprogramma van de gehele bachelorstudie.

 

Vanzelfsprekend zijn de werken van J.S. Bach daarin een centraal gegeven, naast de vele werken van zijn Duitse voorgangers en navolgers. Maar ook de grote werken uit de Italiaanse XVIIe eeuw, de Franse XVIIIe eeuw en de Engelse virginalisten hebben een centrale positie en het werk van Domenico Scarlatti komt verplicht op één van de toetsen aan bod.

 

Begeleiden is voor vrijwel alle klavecinisten het voornaamste onderdeel in de beroepspraktijk en daarom wordt er veel tijd besteed gedurende de bachelorfase aan het vergaren van kennis en vaardigheden in basso continuo. De mogelijkheden om deze meteen in praktijk te brengen zijn in een grote afdeling als Den Haag met zijn vele zangers en kamermuziek ensembles vrijwel onuitputtelijk.

 

Het veroveren van stijlgetrouwe improvisatietechnieken is een relatief nieuw onderdeel van het curriculum en voor goed continuospel van grote waarde gebleken.

Sommige klavecinisten benutten de masterfase van hun studie om zich naar historische voorbeelden als 'maestro al cembalo' een actief leidende rol in plaats van slechts een begeleidende rol toe te eigenen.

 

Toelatingseisen

Bachelor

Master

Docenten