Klavecimbel

De hoofdvakstudie klavecimbel heeft een rijke en lange traditie in Nederland. De diversiteit van stijlen en de diepgravende historische benadering waarbij alle relevante tractaten en bronnen hebben een compleet beeld opgeleverd wat de mogelijkheden van het instrument in het overgeleverde repertoire zijn.

Zo zijn alle technische vaardigheden om tot gevarieerde klankkleuren te komen en goed gearticuleerde en ritmisch interessante uitvoeringen het basisprogramma van de gehele bachelorstudie.

 

Vanzelfsprekend zijn de werken van J.S. Bach daarin een centraal gegeven, naast de vele werken van zijn Duitse voorgangers en navolgers. Maar ook de grote werken uit de Italiaanse XVIIe eeuw, de Franse XVIIIe eeuw en de Engelse virginalisten hebben een centrale positie en het werk van Domenico Scarlatti komt verplicht op één van de toetsen aan bod.

 

Begeleiden is voor vrijwel alle klavecinisten het voornaamste onderdeel in de beroepspraktijk en daarom wordt er veel tijd besteed gedurende de bachelorfase aan het vergaren van kennis en vaardigheden in basso continuo. De mogelijkheden om deze meteen in praktijk te brengen zijn in een grote afdeling als Den Haag met zijn vele zangers en kamermuziek ensembles vrijwel onuitputtelijk.

 

Het veroveren van stijlgetrouwe improvisatietechnieken is een relatief nieuw onderdeel van het curriculum en voor goed continuospel van grote waarde gebleken.

 

Sommige klavecinisten benutten de Masterstudie om zich naar historische voorbeelden als 'maestro al cembalo' een actief leidende rol in plaats van slechts een begeleidende rol toe te eigenen.

 

Historische Improvisatie

Totdat het verdween in de vroege jaren 1900, was improvisatie door de eeuwen heen een essentieel aspect van muziek maken. In een poging om de banden met deze lange traditie weer aan te halen, heeft Patrick Ayrton een hands-on cursus ontwikkeld, gebaseerd op methoden van barokke toetsenbordimprovisatie. De lessen richten zich op de herkenning en identificatie van schema's, vormen en stijlfiguren die typisch zijn voor de 17e en 18e eeuw. Deze worden vervolgens in de praktijk gezet door middel van imitatie en assimilatieprocessen. Net als bij de studie van jazz, experimenteren studenten met bouwstenen waardoor men creatieve strategieën kan opbouwen. Historische bronnen en methoden worden besproken. Interactiviteit speelt een belangrijke rol, doordat de deelnemers worden aangemoedigd om elkaars uitvindingen en bewegingen naar een hoger niveau te brengen. Onderdelen waaraan gewerkt worden zijn de Franse prélude non mesuré, de Italiaanse toccata, dansvormen, fuga, air en variaties, alsook het onderzoek van partimenti van de Napolitaanse school. Een maandelijkse concert geeft studenten de mogelijkheid om de resultaten van hun lopende onderzoek en veldwerk presenteren.

 

Toelatingseisen

Bachelor

Master

Docenten