Het
hoofdvak natuurtrompet wordt al enkele decennia aan het Koninklijk
Conservatorium aangeboden en dit heeft tot opmerkelijk goede resultaten geleid.
De studie is opgebouwd in fasen die het gehele spectrum van de latere
beroepspraktijk aan bod laten komen. Veel aandacht is er voor de oorsprong
van de clarinostijl, voor articulatie, retorica in de muziek, klankkleur en
versieringen.
Sinds halverwege vorige eeuw is er een hulpmiddel (vent holes) toegevoegd aan
de kopieën van natuurtrompetten om het treffen van een aantal hoge harmonische
noten niet alleen meer met lipspanning te bewerkstelligen. Zowel het spelen met
gebruikmaking van de gaten als zonder dit hulpmiddel komen tijdens de studie
aan de orde en worden als vakkundigheid op natuurtrompet verlangd.
Omdat steeds meer moderne orkesten en ensembles natuurtrompetten inschakelen is
het ook voor de moderne trompettisten een waardevolle aanvulling de natuurtrompet als minor-studie erbij te
volgen.
Ook zij profiteren van de mogelijkheden, die de hoofdvakstudenten hebben om een
breed scala aan repertoire in de vele orkestprojecten en ensemble-uitvoeringen
samen met hooggekwalificeerde medestudenten uit te voeren.