Viool/Altviool

Een vioolstudie in de afdeling Oude Muziek houdt in dat het repertoire van de vroege 17de eeuw tot het midden van de 19de eeuw met een primair historische benadering wordt onderwezen. Hoewel er nog steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan, is deze benadering internationaal tot op grote hoogte gestandaardiseerd.

 

Een studie barokviool wordt door velen als een vervolgstudie gezien na hun studie op moderne viool. In dat geval wordt in de eerste fase van de Bachelor veel gewerkt aan de houding en specifieke technieken die gefundeerd zijn in de historische bronnen over het instrument.

 

In de loop van de studie worden op zorgvuldige wijze de technische eisen opgevoerd. Het spelen zonder schoudersteun en kinhouder is in dit stadium geen belemmering meer. Het studieverloop gaat parallel met een voortschrijdend inzicht in de kenmerken van diverse periodes en nationale stijlen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de student in het voortraject een voorsprong heeft opgebouwd, wordt de studie versneld en in minder dan 4 jaar afgelegd.

 

Van de vioolstudenten wordt ten opzichte van de andere instrumentalisten een relatief grotere participatie verwacht aan orkestprojecten. Dit ligt in lijn met de latere beroepspraktijk, welke bij veel vioolstudenten aanvangt voor het einde van de studie. Het ensemblespel wordt in individuele kamermuzieklessen gecoacht en vertegenwoordigt een van de meest essentiele onderdelen van de opleiding.

 

Toelatingseisen

Bachelor

Master

Docenten