PICO – Programma Inleidend Cello Onderwijs

 

Het muziek maken begint elke week in de BMO-les. In deze les zitten de PICO (cello) - en de PIVO (viool)kinderen bij elkaar. BMO staat voor Brede Muzikale Ontwikkeling en tijdens deze lessen wordt er gezongen en gedanst, gespeeld en geluisterd.

 

Vervolgens krijgen de kinderen in kleine groepjes muziekles op hun eigen instrument.  Ook in de celloles staat het samen muziek maken centraal. Dit gebeurt geheel op het gehoor, want muziek maken doe je met je oren. De onderwerpen uit de BMO-les worden geïntegreerd in de celloles. De liedjes die in de BMO-les gezongen zijn worden in de celloles op het gehoor uitgezocht op het instrument. Door middel van muzikale spelletjes en oefeningen wordt ook een degelijke basis gelegd voor de techniek van het cellospelen. Dit gaat hand in hand met de algemene muzikale ontwikkeling van het kind.

 

Zowel in de BMO-les als in de celloles is in principe ten minste één ouder aanwezig. De ouders worden vaak actief bij de les betrokken en er wordt van hen verwacht dat zij gedurende de week thuis ook een actieve rol vervullen door samen met het kind te oefenen en door het kind te stimuleren om muziek te maken. 

 

Instrument

Voor deelname aan PICO is het noodzakelijk om een goede cello en strijkstok te huren of aan te schaffen. De docenten adviseren bij het huren van het instrument.

Omdat het uitzoeken van de liedjes in het begin nog niet op de cello gedaan kan worden is het wenselijk om een piano of keyboard  in huis te hebben. Een goedgestemd klokkenspel is ook geschikt.

 

PICO 1

PICO 2 en 3

Docenten