Dutch National Opera Academy

Korte karakteristiek

De Nieuwe Opera Academie is een tweejarige tweede fase opleiding voor opera, een samenwerkingsverband tussen het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium. Opera is een dramatische synthese tussen libretto en muziek. DNOA streeft naar de interpretatie van opera waarbij de muzikale en scènische componenten gelijkwaardig zijn, zodat we kunnen spreken van muziektheater. De hedendaagse operapraktijk stelt hoge eisen aan uitvoerenden. Het uitgebreide repertoire, dat reikt van 1600 tot 2000, kent voor vocalisten een scala aan rollen die in gelijke mate vocale en theatrale kwaliteiten vragen. Dit vereist zangers met een combinatie van muzikaliteit, enthousiasme, inzicht, discipline, intelligentie en nieuwsgierigheid. Doel is de studenten te helpen deze eigenschappen gericht in te zetten voor de hedendaagse operapraktijk. Daarnaast wordt de student in de opleiding begeleid bij, en gestimuleerd tot het maximaliseren van zijn muzikale, fysieke, dramatische, emotionele en intellectuele mogelijkheden.

Voor verdere informatie:


Werkveld

De Nieuwe Opera Academie beoogt de studenten voor te bereiden op de hele bandbreedte van het muziekdrama. Hierbij volgt de opleiding de ontwikkeling in de praktijk op de voet.

Eindtermen

De eindtermen van de opleiding zijn als volgt gedefinieerd: de afgestudeerde kan, op basis van algemene, algemeen-muzikale en voor de opera specifieke kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op ambachtelijk en artistiek verantwoorde wijze functioneren als professioneel operazanger. De afgestudeerde heeft voldoende kritische zelfreflectie ontwikkeld om zijn kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes te evalueren en waar nodig aan te vullen en/of bij te sturen.


Toelatingseisen

Om het hoofdvak te kunnen volgen moet voldaan worden aan de toelatingseisen. Jaarlijks vindt er een strenge selectie plaats waarbij kandidaten beoordeeld worden op hun vocale capaciteiten en mogelijkheden en hun acteervermogen.

Het toelatingsexamen van De Nieuwe Opera Academie staat open voor studenten met een getuigschrift eerste fase zang met minimaal een acht, tenzij de toelatingscommissie anders beslist. De kandidaten moeten zich voorbereiden op een auditie van 10 à 15 minuten. Het auditieprogramma van de kandidaat moet bestaan uit:

In de regel wordt de vocalist(e) gevraagd de eerst te zingen aria zelf te kiezen. Indien de toelatingscommissie dat wenst, kan om een tweede aria van de lijst gevraagd worden. Ter plekke kan aan een kandidaat een improvisatie c.q. spelopdracht gegeven worden, al of niet in combinatie met de gegeven fragmenten of naar aanleiding van een tekst die kort tevoren wordt uitgereikt. Indien een kandidaat niet beschikt over een eigen pianobegeleider, kan er een beroep gedaan worden op een repetitor verbonden aan De Nieuwe Opera Academie.
De auditiecommissie bestaat uit:

Verder zijn aanwezig de (artistiek) directeuren van de beide conservatoria. De uitslag van het toelatingsexamen wordt schriftelijk bekend gemaakt, binnen een week nadat de laatste auditie avond heeft plaatsgevonden. Binnen twee weken na ontvangst van de toelatingsbrief dient de auditant aan te geven of hij van de geboden studieplaats plaats gebruik wil maken.
Na de audities presenteren de aangenomen studenten zich voor de zangdocenten.

Tussentijdse evaluaties, het eindexamen Aan het eind van elk studiejaar vind een examen plaats. Na het eerste jaar is dit een overgangsexamen, na het tweede jaar is dit een eindexamen. De ontwikkeling en de resultaten van de student per vak worden door de vakdocenten en de staf halfjaarlijks besproken. Activiteiten als deelname aan een productie en/of andere presentaties worden ook beoordeeld. Een voldoende beoordeling geeft de student toelating tot het overgangs- of eindexamen. Beoordeeld worden technische en dramatische ontwikkeling en mogelijkheden binnen de samenhang van stem en acteervermogen.

De examens zijn de toetsingsmomenten van de activiteiten van de student tijdens de gehele cursus. De examens zijn openbaar. De examencommissie besluit naar aanleiding van deze presentatie of de student over kan gaan naar het volgende studiejaar dan wel geslaagd is voor zijn eindexamen. Voor het examen wordt een examencijfer gegeven. De beoordelingscriteria zijn de volgende: natuurlijke en overtuigende combinatie van zingen en acteren, waarbinnen worden onderscheiden de elementen ambachtelijkheid, muzikaliteit, artisticiteit, presentatie en uitstraling, dramatische expressie.

De eindexameneisen zijn de volgende: de student heeft alle vakken met goed gevolg afgesloten en kent tenminste zes complete rollen voor zijn of haar stemtype. Daarnaast heeft de student een auditie repertoire opgebouwd van de voor zijn of haar stemtype meest geëigende aria's en recitatieven. De student heeft aan twee tot vier geënsceneerde producties deelgenomen.

De eindexamencommissie heeft dezelfde samenstelling als de toelatingscommissie, aangevuld met de artistiek directeuren van beide conservatoria en een externe deskundige(n).


Praktische gang van zaken

Het jaarprogramma wordt ingedeeld in vijf periodes, bestaande uit vier lesblokken en een afrondingsperiode met (eind)examenpresentaties. De eerste vier blokken zijn twee theorieblokken (blok 1 en 3) en twee praktijkblokken (blok 2 en 4). De praktijkblokken staan in het teken van de operaproducties: in het tweede blok wordt de volledig geënscèneerde productie gemaakt, in het vierde blok de kleinschalige productie. Bij de keuze voor de producties staat in het kader van een zo breed mogelijke training voorop dat studenten werken aan verschillende stijlperiodes en talen.

De volgende onderwijsvormen worden gehanteerd:


Het programma wordt aangevuld met masterclasses, lezingen, voorstellingsbezoek, e.d. Regelmatig ontvangt DNOA gastdocenten die in Amsterdam zijn voor operaproducties (met De Nederlandse Opera). Dit levert waardevolle confrontaties met de actuele beroepspraktijk. De lesactiviteiten vinden zowel plaats in Den Haag als in Amsterdam. Indicatie van gastdocenten van de afgelopen jaren:

De Nieuwe Opera Academie is een praktijkgerichte voltijdstudie. In de regel vinden de onderwijs-activiteiten plaats van maandag t/m vrijdag tussen 10.00 - 18.00 uur (inclusief individuele zangles). Van het standaard weekrooster zal in principe worden afgeweken bij producties, workshops en masterclasses. Studenten verplichten zich bij toelating conform het bestaande studentenreglement/statuut bij het Koninklijk Conservatorium en het Conservatorium van Amsterdam gedurende het hele cursusjaar alle lessen van de tot de opleiding behorende vakken te volgen inclusief de deelname aan de producties, dit laatste in overleg met de artistieke leiding en de eigen zangpedagoog.

Gezien het multidisciplinaire karakter van opera ligt samenwerking met ander faculteiten van de hogescholen waarvan de conservatoria deel uitmaken voor de hand. Dit geeft ook een extra dimensie voor de operastudent. DNOA werkt samen met de compositieafdeling, de opleiding Beeldende Kunsten, de dansvakopleiding en de afdelingen waarin nieuwe technologie een rol speelt.


Vakkenbeschrijvingen

voor overige beschrijvingen zie Bijvakken Muziek Klassiek

Coaching opera

Inhoud en organisatie van het vak:
Primaire doel van het vak is dat de student feedback krijgt over zijn vocale prestaties. Een belangrijk basisgegeven is dat de vocalist zichzelf anders hoort dan de mensen in de directe omgeving.
De feedback betreft twee aspecten:

  1. technische aspecten (klankkwaliteit, uitspraak, adem, intonatie)
  2. interpretatie (inlevingsvermogen, timing, stijlbesef, gangbare uitvoeringspraktijken)

Deze zaken worden tijdens de repetities bewust gemaakt bij de student en zo mogelijk - in overleg met de student - op locatie (toneel, concertzaal) gecontroleerd.
De Nieuwe Opera Academie heeft drie verschillende coaches. Deze coaches hebben allen een eigen benadering van het vak. De studenten krijgen van alle drie docenten coaching, en derhalve met verschillende benaderingen te maken. Eén benadering gaat ervan uit dat coaching met het instuderen van alle noten weinig te maken heeft. In de praktijk wordt dit gedaan door repetitoren. Een zangcoach hoeft niet per definitie zelf zanger te zijn. Meest waardevolle element van de coach is het horen c.q. waarnemen van de kwaliteiten van de zangstem. Een andere benadering van coaching is het toewerken naar uitvoeringen. Er wordt gewerkt aan de hand van losse aria's en scènes maar ook aan volledige producties. Studenten worden bewust gemaakt van de psychologische motivatie van de personages die ze vertolken.


Drama

Inhoud en organisatie van het vak:
Het drama aanbod binnen DNOA onderscheidt spelmethode en spelstijl. De spelmethode bestaat erin dat de student door middel van een aantal gefaseerde opdrachten zijn eigen toneelvaardigheden ontwikkelt. De spelstijl is altijd gekoppeld aan een specifieke vorm die de regisseur eist van een zanger in een bepaalde productie. In deze producties worden de methodes dus concreet toegepast. Spelmethode Eén enkele spelmethode voor een operazanger bestaat niet: bij de training van de operazanger in de praktijk is sprake van een hybride mengsel van verschillende spelmethoden die ontleend zijn aan de verschillende methodes voor de toneelspeler. Het is van belang dat de zanger verschillende methodes leert herkennen en hanteren, aangezien ze in de praktijk naast en vaak zelfs door elkaar heen gebruikt worden. Voor het drama-curriculum onderscheiden wij drie soorten methoden: 1. inlevende spelmethoden: hierbij gaat het erom dat de speler vorm geeft aan de imaginaire gedachten- en gevoelswereld van het specifieke individu dat hij gestalte moet geven. De uiteindelijke suggestie is dat de acteur samenvalt met de rol. 2. epische spelmethoden: hierbij gaat het in principe om hetzelfde, met het onderscheid dat de acteur zelf zijn eigen opvatting in de gespeelde rol integreert. De acteur vertolkt de rol niet, maar demonstreert de rol en blijft als acteur door de rol heen zichtbaar. 3. performance: bij deze methoden staat de persoonlijkheid van de acteur zelf centraal. Hij treedt in directe relatie met het publiek en gebruikt het gegeven moment binnen het optreden, en manipuleert het hier en nu. Elk van deze methoden kent zijn eigen opbouw middels een serie spelopdrachten waarbij de aan de methode specifieke eisen worden getraind. Deze spelmethoden worden apart aangeboden gedurende de cursusperiode. Spelstijl In de hedendaagse praktijk hanteren de meeste regisseurs mengvormen die aan al deze basis- methoden ontleend zijn. In de geënsceneerde projecten wordt voor de ontwikkeling van de voor die productie specifieke spelstijl voortdurend beroep gedaan op de methoden die in de dramalessen ontwikkeld worden. Workshops Buiten het reguliere aanbod kunnen in voorkomende gevallen ook workshops aangeboden worden, gerelateerd aan specifiek repertoire. Te denken valt hierbij aan workshop retorica, commedia dell' arte, Decroux e.d. Zowel voor de reguliere dramalessen als voor specifieke workshops wordt de voorkeur gegeven aan het werken met gastdocenten, die zelf in de volle praktijk werkzaam zijn. Dit om in voortdurend contact te blijven met de zich steeds ontwikkelende dynamische praktijk


Historische ontwikkeling van de opera

Inhoud en organisatie van het vak:
In blokken wordt de historische ontwikkeling van het medium opera behandeld vanaf de vroegste tijd (rond 1600, maar met enige aandacht voor de voorgeschiedenis in de vorm van liturgisch drama en renaissancistisch hofvermaak) tot en met de dag van vandaag (inclusief het hedendaagse muziektheater). In deze lessen worden de dramatische en vormgevingsaspecten van de opera behandeld, waar de muzikale aspecten bekend mogen worden verondersteld. Ook de bredere socio-historische context waarbinnen opera geproduceerd werd en wordt komt uitgebreid aan bod. In capita selecta wordt, gekoppeld aan de op dat moment in voorbereiding verkerende producties/projecten, apart aandacht besteed aan de componist, librettist en tijd van ontstaan van het onderhavige werk.


Repertoirebehandeling

Inhoud en organisatie van het vak:
Naast de coaching wordt ook op andere manieren aandacht besteed aan het repertoire. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van zijn/haar kennis van en inzicht in het operarepertoire dat bij zijn/haar stemtype past, waarbij aandacht wordt gegeven aan het zingen en de interpretatie van operarepertoire van Barok tot hedendaagse muziek. Daarnaast wordt bij deze lessen aandacht besteed aan de dramaturgische, historische en artistieke aspecten van het hedendaagse operavak. Er wordt geoefend in het werken met de verschillende muzikale linguïstische en stilistische vereisten van een wijd repertoirespectrum, zowel individueel als in ensemble-verband.


Ensemblezang

Inhoud en organisatie van het vak:
In elke periode worden ensembleklassen gegeven. In deze klassen wordt de vaardigheid ontwikkeld tijdens het samen zingen van een gecompliceerde muzikale structuur naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Dit is een belangrijk deel van het vocabulaire van de professionele zanger. Het repertoire voor deze klassen wordt gekozen uit opera's van alle perioden en voor verschillende combinaties van stemmen (duet, trio's, kwartetten, etc.).


Carrièremanagement en auditietechnieken

Inhoud en organisatie van het vak:
Basis van de lessen carrièremanagement is de ontwikkeling van een besef van wat wordt vereist in het hedendaagse operavak. Hoofdlessen zijn kennismaking met auditietechnieken en -gebruiken (repertoirekeuze, etiquette, kleding, etc.). Daaraan toegevoegd worden lezingen gegeven door agenten, theaterdirecteuren en bekende zangers.


Italiaans en andere taallessen

Inhoud en organisatie van het vak:
Italiaans wordt gegeven gedurende de hele cursus. De lessen betreffen de interpretatieve en de technische kanten van het zingen van aria's en het behandelen van recitatieven in het Italiaans. Dit is van vitaal belang voor elke zanger die een professionele operacarrière wil. Andere taallessen (bijvoorbeeld Frans, Duits en Russisch) worden gegeven in relatie tot de projecten die uitgevoerd worden.