Op 2 en 3 oktober herdenkt het Koninklijk Conservatorium Den Haag Gottfried Michael Koenig, een van de pioniers van de elektronische muziek en het Instituut voor Sonologie. Twee concerten belichten zijn muziek én de manier waarop zijn ideeën nog altijd voortleven in het werk van nieuwe generaties componisten.
Koenig zou op 5 oktober van dit jaar honderd jaar zijn geworden. Voor het Instituut voor Sonologie is dat meer dan een aanleiding om terug te kijken. Zijn ideeën over muziek, technologie en compositie zijn nog altijd herkenbaar in het onderwijs en werk van het instituut. Dat wordt hoorbaar tijdens de twee concerten: op 2 oktober staat Koenigs eigen muziek centraal, op 3 oktober klinkt werk van studenten, docenten en alumni die door zijn oeuvre zijn geïnspireerd.
Van Keulen naar Den Haag
Koenig begon zijn werkzaamheden op het gebied van elektronische muziek in 1954 bij de studio voor elektronische muziek van de omroep in Keulen. Daar componeerde hij zijn eigen elektronische muziek en werkte hij als technicus samen met vooraanstaande componisten. Zo speelde hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van werken van onder anderen Karlheinz Stockhausen.
Al vroeg zag Koenig mogelijkheden in het gebruik van computers voor muziek. In 1964 werd hij artistiek leider van de Studio voor Elektronische Muziek (STEM) van de Universiteit Utrecht. Onder zijn leiding groeide STEM uit tot een complex van studio’s met een werkplaats en een bibliotheek. In 1967 kreeg het de naam Instituut voor Sonologie.
Koenig ontwikkelde er nieuwe manieren om computers te gebruiken voor het maken en analyseren van klanken en voor algoritmische compositie. Techniek was voor hem nooit alleen een hulpmiddel. Nieuwe technologie moest ook leiden tot nieuwe manieren van denken over muziek.
In 1986 verhuisde het Instituut voor Sonologie naar het Koninklijk Conservatorium. Koenig ging datzelfde jaar met pensioen, maar bleef de ontwikkelingen van het instituut tot op hoge leeftijd volgen.
‘Als hij mij belde, was altijd het eerste wat hij vroeg: hoe is het op het instituut?’, vertelt Kees Tazelaar, afdelingshoofd van het Instituut voor Sonologie. ‘Hij wilde precies weten hoe het ging, of er voldoende studenten waren en of het instituut voldoende werd gesteund. Hij heeft het echt altijd als zijn geesteskind gezien.’
2 oktober: Koenig van het begin tot zijn laatste compositie
Het concert op 2 oktober laat verschillende kanten van Koenigs oeuvre horen. Daarbij klinkt muziek uit verschillende periodes van zijn leven, van vroege composities tot zijn laatste voltooide werk.
Een bijzondere plaats is ingeruimd voor Streichquartett 2019. Koenig componeerde het werk op 93-jarige leeftijd, maar het is nooit uitgevoerd. Op 2 oktober beleeft het zijn wereldpremière.
Tazelaar ontving de partituur destijds zelf van Koenig. Ook nam Koenig het strijkkwartet op in de officiële werkenlijst op zijn website. ‘Ik heb het stuk nog niet gehoord, alleen de partituur gezien. Ik kan me er wel een beeld van vormen en zien dat het als Koenig zal klinken. Als er iets totaal nieuws is van zo’n belangrijke componist, ben ik enorm benieuwd hoe dat gaat klinken.’
Ook Koenigs vroege werk is te horen zoals de Zwei Klavierstücke uit 1957. Daarin is al zichtbaar hoe zijn ervaringen in de elektronische studio zijn instrumentale muziek beïnvloedden. Hij componeerde afzonderlijke muzikale lagen en plaatste die vervolgens over elkaar heen, vergelijkbaar met de manier waarop hij in de studio met tape werkte.
Het programma bevat daarnaast een elektronische compositie uit de jaren zestig en werk van Konrad Boehmer, voormalig hoofd van het Instituut voor Sonologie en leerling van Koenig.
3 oktober: Koenigs ideeën in de muziek van nu
Waar het concert op 2 oktober Koenigs eigen oeuvre centraal stelt, kijkt het concert op 3 oktober nadrukkelijk naar het heden. Studenten, docenten en alumni van het Instituut voor Sonologie presenteren werk dat is geïnspireerd door Koenigs werkwijze en gedachtegoed.
Het initiatief voor dit tweede concert kwam van docent Bjarni Gunnarsson. Volgens Tazelaar laat juist dit programma zien waarom Koenig nog altijd relevant is: ‘We besteden niet alleen aandacht aan iets uit het verleden, maar aan iets uit het verleden wat voor ons nog steeds van grote waarde is.’
Tazelaar presenteert tijdens dit concert ook een eigen compositie. Het recente werk ontstond in de Voltage Control Studio van het Instituut voor Sonologie en is onder meer geïnspireerd door Koenigselektronische Funktionen uit de jaren zestig.
Een belangrijk uitgangspunt is het werken met varianten. Door dezelfde compositorische principes meerdere keren en op verschillende manieren toe te passen, kun je onderzoeken wat die methode oplevert. Koenig paste die werkwijze zelf veelvuldig toe.
‘Componeren doe je wat mij betreft niet alleen om iets te maken wat je mooi vindt, of waarvan je hoopt dat het publiek het mooi vindt’, zegt Tazelaar. ‘Je doet het ook om verder te komen met de muziek. Je probeert een concept uit en kijkt wat eruit komt.’
Muziek die aandacht vraagt
De twee concerten laten daarmee twee kanten van dezelfde geschiedenis horen. Op 2 oktober klinkt de ontwikkeling in Koenigs eigen oeuvre, inclusief een compositie die nog nooit eerder voor publiek is uitgevoerd. Een dag later wordt duidelijk hoe zijn ideeën verder leven in de muziek die vandaag bij het Instituut voor Sonologie wordt gemaakt.
Voor Tazelaar vraagt die muziek ook iets van het publiek: aandacht. ‘Muziek heeft recht op de volste concentratie van de uitvoerders en de luisteraars.’
Die opvatting sluit aan bij Koenigs eigen benadering. Zijn composities waren voor hem geen illustraties van een verhaal. Muziek moest in de eerste plaats vanuit de muziek zelf worden onderzocht, gemaakt en beluisterd.
Precies daarin ligt ook de verbinding tussen de twee concerten. Honderd jaar na Koenigs geboorte wordt zijn werk niet alleen opnieuw uitgevoerd. Zijn ideeën vormen nog altijd het vertrekpunt voor nieuwe muziek