Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

Praktijkdeel toelatingsexamen
Je dient een zekere affiniteit met jazz te tonen en te beschikken over een bepaald historisch besef. Na afloop van het praktisch examen wordt tijdens een gesprek ingegaan op wat je op het aanmeldingsformulier over je muzikale achtergrond en motivatie hebt gezegd. Er kunnen additionele vragen worden gesteld over onder andere je studiehouding, speelervaring, muzikale interesses en je toekomstperspectief. Tijdens de studie wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de piano in zowel de theoretische als praktische lessen. Er wordt van je verwacht dat je een basale kennis en vaardigheden van het pianospel hebt.

  • Repertoire: drie verschillende stukken uit het jazzrepertoire met zowel brushes als sticks, bijv. een standard, een blues, een straight-eight tune (“Give it up or turn it loose” van James Brown 1969), een latin tune
  • Motorische vaardigheden: twee etudes uit bijv. John Riley: The art of bop drumming; Charles Wilcoxon: Modern rudimental swing solos
  • Ritmische vaardigheden: ten minste een chorus 4 om 4, 8 om 8
  • Improvisatie: zingen van een thema van Charlie Parker, zingen van een drumsolo
  • Lezen: van blad lezen van een drumpartij
  • Algemeen: affiniteit met jazz, fysieke aanleg voor het instrument, improvisatievaardigheden, muzikaliteit, goede timing, goed ritmisch gehoor

Theoriedeel toelatingsexamen
Het theoretisch gedeelte omvat:

  • een schriftelijke gehoortest
  • een schriftelijke test algemene muziekleer
  • een individuele, praktische test solfège

Klik hier voor een proefexamen theorie