Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte. Beide gedeeltes moeten gehaald worden om voor een plek in aanmerking te komen.

Praktijkexamen (auditie)
Voor het praktijkexamen dient het volgende voorbereid te worden:

Twee etudes van contrasterend karakter (melodisch/technisch), zoals bijvoorbeeld Bordogni, Kopprasch, Tyrell, Hering, etc.

Één solostuk of deel met pianobegeleiding. Bijvoorbeeld:

  • A. Guilmant - Morceau Symphonique
  • C. Saint-Saëns - Cavatine
  • C.M. von Weber - Romance
  • P. Hindemith - Sonata (eerste deel)
  • B. Marcello - 6 Sonatas (origineel voor cello) (eerste deel)
  • K. Serocki - Sonatina (eerste deel)
  • L. Grøndahl - Concerto (eerste deel)
  • L.E. Larsson - Concertino (eerste deel)
  • N. Rimsky-Korsakov - Concerto (eerste deel)

Werken van een zelfde of hoger niveau zijn ook toegestaan.

Van blad spelen kan ook een onderdeel van de auditie zijn.

Bij de beoordeling van de auditie wordt gelet op:

  • muzikale expressie
  • techniek
  • ontwikkelingsprognose
  • reeds genoten muziek(vak)onderwijs

De combinatie van deze factoren is van essentieel belang. Het (nog) niet foutloos kunnen uitvoeren van de stukken op de lijst is daarom op zichzelf geen reden om geen auditie te doen.

Klik hier voor proefexamens theorie.