Het toelatingsexamen bachelor bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

Het praktijkexamen
Je bereidt een programma van ca. 20 minuten voor, waaruit bij het toelatingsexamen wordt gekozen. De stukken moeten uit verschillende stijlperiodes worden gekozen en gelegenheid bieden om je technische niveau en de muzikaliteit van de kandidaat te beoordelen. Ook wordt gelet op stilistisch inzicht en affiniteit met de gespeelde muziek. Een voorbeeld dat als referentie kan worden gebruikt zijn de volgende werken, maar andere werken met een vergelijkbare moeilijkheidsgraad zijn ook mogelijk:

Minstens op één van de volgende instrumenten moet de basistechniek voldoende zijn.

  • Theorbo Kapsberger (preludio, Kapsperger) Piccinini (ciaconna), Robert de Visee (prelude) Melli (corrente detta la spenserata)
  • Archlute Zamboni (preludio) Kapsberger (corrente 2)
  • Baroque guitar Sanz (espanoletta, preludio) Roncalli (part of suitte)
  • Vihuela Fuenllana (2 voice polyphone piece) Milan (Fantasia 1, pavana)
  • Baroque lute: S.L. Weiss Suite in d - moll Prelude, Allemande Esajas Reusner Suite g moll: Allemande, Courante
  • Renaissance Lute: John Dowland: Preludium, Fortune; Francesco da Milano No. 1,16,22 

Hieruit wordt gekozen: een eenvoudig polyfoon werk, een ritmisch vrij stuk (prelude, toccata or fantasie) een dans en/of een werk met basso ostinato. 


Theoriedeel toelatingsexamen

Het theoretisch gedeelte omvat:

  • een schriftelijke gehoortest
  • een schriftelijke test algemene muziekleer
  • een individuele, praktische test solfège

Klik hier voor de proefexamens theorie