Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

Het praktijkexamen
Het praktijkexamen bestaat uit de volgende onderdelen: 

  • Een 19e-eeuwse compositie B.v.: Sor Giuliani Aguado Tarrega

  • Een 20e-eeuwse compositie B.v.: Pujol Villa-Lobos Gangi

  • Een deel van J.S. Bach

  • Een werk van eige keuze

  • Van blad lezen

Voor alle suggesties geldt: werken van vergelijkbaar of hoger niveau zijn ook goed. De beoordeling van het praktische gedeelte van het toelatingsexamen wordt mede beïnvloed door de volgende factoren: 

  • reeds genoten muziek(vak)onderwijs

  • ontwikkelingsprognose

  • beroepsperspectief

  • technische realisatie

  • muzikale expressie

Ook de samenhang tussen deze factoren is daarbij van essentieel belang. Het (nog) niet (optimaal) kunnen uitvoeren van de stukken op de lijst is daarom op zichzelf nog geen reden om geen toelatingsexamen te doen!

Het theorie-examen
Het theoretische deel van het toelatingsexamen bestaat uit drie onderdelen, een schriftelijke gehoortrainingstest, prima vista van blad zingen / ritme uitvoeren en een schriftelijke algemene muziekleertest. Het theorietoelatingsexamen wordt afgelegd vóór het praktische toelatingsexamen. 

schriftelijke gehoortrainingstest:

  • het kunnen onderscheiden en benoemen van intervallen en drieklanken met omkeringen

  • het noteren van een melodisch fragment

  • het noteren van een ritmisch fragment

  • het noteren van korte tweestemmige fragmenten 

van blad zingen/ritme:

  • het prima vista zingen van enkele melodieën  

  • het prima vista uitvoeren van enkele ritmes

schriftelijke algemene muziekleertest:

  • notatie van ritme en toonhoogte in vioolsleutel en bassleutel

  • majeur- en mineurtoonladders

  • intervallen en drieklanken met omkeringen

  • dominant septime akkoord

Klik hier voor een proefexamen theorie