Het toelatingsexamen bachelor bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

Het praktijkexamen
Je bereidt een programma van ca. 20 minuten voor, waaruit bij het toelatingsexamen wordt gekozen. De stukken moeten uit verschillende stijlperiodes worden gekozen en gelegenheid bieden om je technische niveau en de muzikaliteit van de kandidaat te beoordelen. Ook wordt gelet op stilistisch inzicht en affiniteit met de gespeelde muziek. Een voorbeeld dat als referentie kan worden gebruikt zijn de volgende werken, maar andere werken met een vergelijkbare moeilijkheidsgraad zijn ook mogelijk.


Toelatingseisen historische trombone

Voorspelen op bas of tenor trombone, (bij bastrombone eventueel ook tenortrombone, bij tenortrombone eventueel ook alttrombone).
Suggesties:

  • sonata of motet voor trombone en BC (bijvoorbeeld  een  motet voor alt, tenor of bas van Riccio, Cima, of Viadana)
  • een sonata van Frescobaldo voor basso solo (en BC)
  • eventueel klein bezet ensemble stuk (bijv. Picchi, Castello, Riccio)


Theoriedeel toelatingsexamen

Het theoretisch gedeelte omvat:

  • een schriftelijke gehoortest
  • een schriftelijke test algemene muziekleer
  • een individuele, praktische test solfège

Klik hier voor de proefexamens theorie