Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte. Beide gedeeltes moeten gehaald worden om voor een plek in aanmerking te komen.

Het praktijkexamen
Tijdens het praktijkexamen speelt de kandidaat de volgende werken:

- 2 etudes van verschillend karakter (bv Rode – 24 Caprices, Dont – 24 studies op.35, Kreutzer – 42 etudes vanaf nr. 35)

    - Eerste deel van een sonate (bv Mozart, Beethoven, Grieg, Brahms)

    - Eerste deel van een concert (bv Spohr 8, Mozart 3,4,5, Bruch, Wieniawski)

    - Voordrachtsstuk (bv Saint-Saëns, Kreisler, Telemann - Fantasia, een deel uit een Bach Sonata of Partita)

De beoordeling van het praktische gedeelte van het toelatingsexamen wordt mede beïnvloed door de volgende factoren:

  • reeds genoten muziek(vak)onderwijs

  • ontwikkelingsprognose

  • beroepsperspectief

  • technische realisatie

  • muzikale expressie

Ook de samenhang tussen deze factoren is daarbij van essentieel belang. Het (nog) niet (optimaal) kunnen uitvoeren van de stukken op de lijst is daarom op zichzelf nog geen reden om geen toelatingsexamen te doen!

Klik hier voor proefexamens theorie.