Het toelatingsexamen bestaat uit een praktijk- en een theoriegedeelte.

Het praktijkexamen
Tijdens het praktijkexamen speelt de kandidaat de volgende werken: 

  • Twee etudes van verschillend karakter Bv.: Rode - 24 Caprices Dont - 24 Studies op. 35 Kreutzer - 42 Etudes, vanaf nr. 35

  • (Delen van) drie voordrachtsstukken van verschillend karakter Bv.:

    • Concerto van Wieniawsky - nr. 2 op. 22, 1e of 3e deel Concerto van Saint-Saëns - nr. 3 op. 61 Lalo - Symphonie Espagnol op. 21, 1e deel

    • Deel uit een sonate: Brahms - sonate in A op. 100 Beethoven - sonate in D op. 12 nr. 1 Grieg

    • Bv.: Suk - op. 17 Saint-Saëns - Havanaise op. 83 Dvořák - Romance op. 11

  • Een deel uit een sonate of partita van Bach en een hedendaags werk is altijd welkom.

De beoordeling van het praktische gedeelte van het toelatingsexamen wordt mede beïnvloed door de volgende factoren: 

  • reeds genoten muziek(vak)onderwijs

  • ontwikkelingsprognose

  • beroepsperspectief

  • technische realisatie

  • muzikale expressie

Ook de samenhang tussen deze factoren is daarbij van essentieel belang. Het (nog) niet (optimaal) kunnen uitvoeren van de stukken op de lijst is daarom op zichzelf nog geen reden om geen toelatingsexamen te doen!

Het theorie-examen:

Het deel Muziektheorie van het toelatingsexamen bestaat uit:

  • een mondelinge gehoortrainingstest,
  • gecombineerd met vragen over algemene muziekleer,
  • en enkele muzieknotatie-opdrachten

Het theorietoelatingsexamen wordt afgelegd vóór het praktische toelatingsexamen. 
Gehoortrainingstest:

  • het onderscheiden en benoemen van intervallen
  • het onderscheiden en benoemen van drieklanken met omkeringen
  • het onderscheiden en benoemen van septime akkoorden
  • het nazingen van een melodie, baslijn en evt middenstem
  • het noteren van een melodisch fragment (melodie en baslijn)
  • het noteren van een ritmisch fragment

Van blad zingen/ritme:

  • het prima vista zingen van enkele melodieën, ritmisch en met goede intonatie
  • in canon zingen

Kennis algemene muziekleer en muzieknotatie:

  • notatie van eenvoudige ritmes: lezen en schrijven
  • notatie van toonhoogte in vioolsleutel en bassleutel: lezen en schrijven
  • alle majeur- en mineurtoonsoorten, kerktoonladders
  • intervallen en drieklanken met omkeringen in majeur en mineur
  • dominant, mineur, verminderd, halfverminderd en majeur septime akkoord

Klik hier voor proefexamens theorie.