Het toelatingsexamen bestaat uit een auditie en een theoriegedeelte. Beide gedeeltes moeten gehaald worden om voor een plek in aanmerking te komen.

Kandidaten voor het toelatingsexamen hoofdvak Zang Klassiek moeten 17 jaar of ouder zijn.

Auditie
Je bereidt een programma van ca. 20 minuten voor. Dat programma moet bestaan uit 4 liederen en aria’s uit tenminste twee verschillende stijlperioden en in tenminste 3 verschillende talen. Eén van de werken mag een vocalise zijn. Kies altijd werken die passen bij het niveau wat je hebt en waar je je prettig bij voelt. Als je auditie doet voor het 1e jaar beoordelen wij niet zozeer wat je al kunt maar vooral jouw vocale en muzikale potentie en expressiviteit. Soms doen we wat oefeningen om te kijken wat voor mogelijkheden je stem al heeft. Als je wilt instromen in een hoger Bachelor jaar relateren wij jouw presentatie uiteraard aan de duur van eerder onderwijs.

Op de auditie mag je zelf kiezen met welk werk je wilt beginnen. De toelatingscommissie maakt vervolgens een keuze uit de andere werken.

Wij vragen je ook een gedicht voor te bereiden, dat mag in iedere gewenste taal zijn. Ook een taal waarvan je kunt vermoeden dat geen van de commissieleden die spreekt. Het gaat ons om de expressiviteit die je toont in de voordracht. Bereid je er op voor dat de commissie zal vragen waarover het gedicht gaat, of waarom je het gekozen hebt.

Van blad zingen maakt onderdeel uit van de auditie.

Het theorie-examen:

Het deel Muziektheorie van het toelatingsexamen bestaat uit:

  • een mondelinge gehoortrainingstest,
  • gecombineerd met vragen over algemene muziekleer,
  • en enkele muzieknotatie-opdrachten

Het theorietoelatingsexamen wordt afgelegd vóór het praktische toelatingsexamen.
Gehoortrainingstest:

  • het onderscheiden en benoemen van intervallen
  • het onderscheiden en benoemen van drieklanken met omkeringen
  • het onderscheiden en benoemen van septime akkoorden
  • het nazingen van een melodie, baslijn en evt middenstem
  • het noteren van een melodisch fragment (melodie en baslijn)
  • het noteren van een ritmisch fragment

Van blad zingen/ritme:

  • het prima vista zingen van enkele melodieën, ritmisch en met goede intonatie
  • in canon zingen

Kennis algemene muziekleer en muzieknotatie:

  • notatie van eenvoudige ritmes: lezen en schrijven
  • notatie van toonhoogte in vioolsleutel en bassleutel: lezen en schrijven
  • alle majeur- en mineurtoonsoorten, kerktoonladders
  • intervallen en drieklanken met omkeringen in majeur en mineur
  • dominant, mineur, verminderd, halfverminderd en majeur septime akkoord

Klik hier voor proefexamens theorie.